1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
1 En toen Hij zijn twaalf discipelen bij zich heeft geroepen, gaf Hij hun de macht over onreine geesten, om ze uit te drijven, en om alle soorten ziekte en kwaal te genezen.
2 De namen van de twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon, die Petrus wordt wordt genoemd, en Andreas, zijn broer. Jakobus, de zoon van Zebedeüs en Johannes, zijn broer.
3 Filippus en Bartolomeüs, Tomas en Matteüs, de tollenaar, Jakobus, de zoon van Alfeüs en Lebbeüs wiens achternaam Taddeüs was.
4 Simon de Kanaaniet en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.
5 Deze twaalf zond Jezus uit en gaf ze de opdracht met de woorden: Ga niet op de weg van de heidenen, en ga geen stad van de Samaritanen binnen.
6 Maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël.
7 En wanneer je op weg ben, verkondig met de woorden: Het koninkrijk van de hemel is nabij.
8 Genees de zieken, reinig wie leiden aan lepra, wek de doden op, drijf demonen uit. Voor niets hebben jullie ontvangen, geef ook voor niets.
9 Neem geen goud noch zilver, noch koper in je handtas.
10 Neem ook geen reistas mee voor je reis, ook geen twee jassen, geen schoenen en geen stok. Want de werker verdient zijn brood.
11 En in welke stad of dorp je ook binnenkomt, vraag wie daarin waardig is, en verblijf daar tot je verder gaat.
12 En wanneer in een huis binnen komt, begroet.
13 En als het huis waardig is, laat je vrede over het huis komen. Maar als het niet waardig is, laat je vrede dan naar jou terugkeren.
14 En als iemand jou niet ontvangt, of niet naar je woorden luistert, schud dan het stof van je voeten af, wanneer je dat huis of stad verlaat.
15 Ik zeg tegen jullie, voor het land van Sodom en Gomorra zal het verdraagelijker zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad.
16 Let wel, Ik zend jullie als schapen in het midden van wolven. Wees daarom alert als slangen, en onschuldig als duiven.
17 Maar pas op voor de mensen, want ze zullen je overleveren aan de rechters, en ze zullen je met een zweep in bestraffen hun synagogen.
18 En jullie zullen gebracht worden naar burgemeesters en koningen vanwege Mij, als getuigenis tegen hen en de ongelovigen.
19 Maar wanneer zij jullie overleveren, denk niet over hoe en wat je zult zeggen. Want op dat moment zal je aangegeven worden wat je moet zeggen.
20 Want het is niet jij die spreekt, maar de Geest van je Vader die in je spreekt.
21 En een broer zal zijn broeder overleveren aan de dood, en een vader zijn kind. En de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders, en veroorzaken dat ze gedood worden.
22 En jullie zullen door iedereen gehaat worden, vanwege mij. Maar wie volhoudt tot het einde, zal gered worden.
23 Wanneer ze je vervolgen in deze stad, vlucht dan naar een andere. Want Ik zeg tegen jullie, je zult niet door alle steden van Israël gegaan zijn, of de Zoon van de mensen zal gekomen zijn.
24 The discipel is niet boven zijn meester, noch de dienaar boven zijn heer.
25 Het is genoeg voor de discipel dat hij wordt als zijn meester, en de dienaar als zijn heer. Als ze de heer van het huis Beëlzebul hebben genoemd, hoeveel meer zullen ze zijn huisgenoten noemen!
26 Wees daarom niet bang voor hen. Want er is niets bedekt, dat niet onthuld zal worden, en er is niets verborgen dat niet bekend zal worden.
27 Wat ik je vertel in het donker, dat spreek je uit in het licht. En wat je hoort in je oor gefluisterd, verkondig dat van de huisdaken.
28 En wees niet bang voor hen die het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden. Wees eerder bang voor hem die beide, ziel en lichaam, in de hel kan vernietigen.
29 Worden niet twee musjes verkocht voor een stuiver? Toch zal er geen één op de grond vallen zonder dat je Vader dat wil.
30 Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld.
31 Wees daarom niet bang, je bent meer waard dan vele musjes.
32 Daarom wie dan ook zou verkiezen om bij Mij te beleiden, in plaats van bij mensen, dan zal Ik ook voor hem beleiden bij Mijn Vader die in de hemel is.
33 Maar wie Mij zal ontkennen bij de mensen, die zal ik ook ontkennen bij Mijn Vader die in de hemel is.
34 Denk niet dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar een zwaard.
35 Want ik ben gekomen om een man tot verzet tegen zijn vader aan te zetten, en een dochter tegen haar moeder, en een schoondochter tegen haar haar schoonmoeder.
36 En mens vijanden zullen uit zijn eigen gezin komen.
37 Wie meer van zijn vader of van zijn moeder houdt, dan van Mij, is mij niet waard. En wie meer van zijn zoon of van zijn dochter houdt, dan van Mij, is Mij niet waard.
38 En wie zijn kruis niet aanneemt en Mij niet volgt, is Mij niet waard.
39 Wie zijn leven vindt, zal het verliezen. En wie zijn leven om Mij verliest, zal het vinden.
40 Wie jou ontvangt, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem, die Mij gezonden heeft.
41 Wie een profeet ontvangt in de naam van een profeet, zal een beloning van een profeet ontvangen. En wie een rechtvaardige mens ontvangt, in de naam van een rechtvaardige mens, zal een beloning van een rechtvaardige mens ontvangen.
42 En wie één van deze kleinen een een beker koud water te drinken geeft, alleen in de naam van een discipel, Ik zeg tegen jullie, hij zal in geen geval zijn beloning verliezen.
woensdag 7 mei 2008
Matteus 10
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
0 reacties:
Een reactie posten