donderdag 17 april 2008

Matteus 7

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

1 Oordeel niet, zodat je niet geoordeeld wordt.

2 Want met welk oordeel je oordeelt, met hetzelfde oordeel zul geoordeeld worden. En met welke maat jij meet, met die maat zal voor jou gemeten worden.

3 En waarom zie je de splinter die in het oog van je broeder is, maar het balk dat in je eigen oog is, merk je niet?

4 Hoe zou je tegen je broeder zeggen: Laat mij de splinter uit je oog halen, terwijl er een balk in je eigen oog is?

5 Jij hypocriet, verwijder eerst het balk uit je eigen oog, en pas dan kun je duidelijk zien om de splinter uit het oog van je broeder te verwijderen.

6 Geef niet datgene wat heilig is aan de honden, noch gooi jouw parels voor de zwijnen. Ze zullen ze vertrappen onder hun voeten en zich weer omkeren om jou te verscheuren.

7 Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je geopend worden.

8 Want iedereen wie vraagt die ontvangt, en wie zoekt die vindt, en voor wie klopt zal geopend worden.

9 Of wie van jullie, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen zal geven?

10 Of als hij vraagt om een vis, hem een slang zal geven?

11 Als jij, ook al ben je slecht, weet hoe je goede giften aan je kinderen kan geven, hoe meer zal je Vader, die in de hemel is, goede gaven geven aan wie het aan Hem vragen?

12 Daarom zoals je wilt dat anderen jou zouden behandelen, zo moet jij hun ook behandelen. Want dit is de wet en de profeten.

13 Ga in door de smalle poort. Want wijd is de poort en breed is de weg, die leiden naar vernieling, en er zijn velen die daar ingaan.

14 Omdat de poort smal is, en de weg nauw is, die leidt naar het leven, zijn er weinigen die hem vinden.

15 Wees gewaarschuwd voor valse profeten die je benaderen in schapenkleding, maar van binnen zijn ze wolven uit op roof.

16 Je zult ze herkennen aan hun fruchten. Plukt men druiven van doornen of fijgen van distels?

17 Een goede boom draagt goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten.

18 Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, nog een slechte boom goede vruchten dragen.

19 Iedere boom die geen goede vruchten draagt wordt omgehakt en in het vuur gegooid.

20 Zo zul je ze aan hun vruchten herkennen.

21 Niet iedereen die tegen me zegt: HEER, HEER, zal het koninkrijk van de hemel binnen komen, maar diegene die doet de wil van mijn Vader die in de hemel is.

22 Velen zullen op die dag tegen me zeggen: HEER, HEER, hebben we niet in uw naam geprofeteerd, en in uw naam duivels uitgedreven, en in uw naam veel wonderbare daden verricht?

23 En dan zal ik tegen hun zeggen: Ik heb je nooit gekend, ga weg van mij, jij, die meewerkt aan ongerechtigheid.

24 Daarom, wie hoort deze woorden van mij en ze ook naleeft, die zal ik vergelijken met een wijze man die zijn huis op een rots bouwde.

25 En het begon te regenen, en de stromen kwamen, en de winden bliezen en sloegen tegen dat huis, en het viel niet, want het was gebouwd op een rots.

26 En wie hoort deze woorden van mij en ze niet naleeft, zal ik vergelijken met een dwaze man die zijn huis op het zand bouwde.

27 En het begon te regenen, en de stromen kwamen, en de winden bliezen en sloegen tegen dat huis, en het viel, en groot was zijn val.

28 En het gebeurde, toen Jezus deze woorden had uitgesproken, de mensen stonden versteld over zijn leer.

29 Want Hij leerde ze als iemand met gezag, en niet als de schriftgeleerden.

0 reacties: