1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
1 Denk erom dat je je liefdadigheid niet in het bijzijn van mensen doet, zodat je door hen gezien wordt. Anders ontvang je geen beloning van je Vader, die in de hemel is.
2 Daarom, wanneer je je liefdadigheid doet, vertel dat niet rond, zoals de hypocrieten dat doen in de synagogen en op straat, om de bewondering van de mensen te winnen. Ik zeg tegen jullie, zij hebben al hun loon.
3 Maar wanneer je liefdadigheid doet, laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet.
4 Zodat je liefdadigheid geheim blijft, en je Vader, die ziet wat verborgen is, zal je persoonlijk in het openbaar belonen.
5 En wanneer je bidt, wees dan niet zoals de hypocrieten zijn. Want ze bidden graag staand in de synagogen en op de hoeken van de straten, zodat ze gezien zullen worden door de mensen. Ik zeg tegen jullie, zij hebben al hun loon.
6 Maar wanneer je bidt, ga naar je kamer, en nadat je de deur dicht hebt gedaan, bid tot je Vader, die in het verborgen is. En je Vader, die in het verborgen ziet zal je belonen in het openbaar.
7 Maar wanneer je bidt, gebruik geen zinloze herhalingen, zoals de ongelovigen doen. Want ze denken dat ze gehoord zullen worden door de grote hoeveelheid aan woorden die ze uitspreken.
8 Wees niet zoals hen, want je Vader weet al wat je nodig hebt, nog voordat je het aan Hem vraagt.
9 Bid daarom zo:
Onze Vader in de hemel,
mag Uw naam geheiligd worden,
10 Uw koninkrijk komen,
en Uw wil gedaan worden,
zowel op aarde als in de hemel.
11 Geef ons vandaag ons dagelijks brood.
12 En vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven wie ons schuldig zijn.
13 En leid ons niet in verleiding,
maar verlos ons van het kwaad.
Want van U is het koninkrijk,
en de kracht, en de glorie, voor altijd. Amen.
14 Want als je de overtredingen van de mensen vergeeft, zal je hemelse Vader ook jou vergeven.
15 Maar als je de overtredingen van de mensen niet vergeeft, zal ook je Vader je overtredingen niet vergeven.
16 En als je vast, doe dat niet, zoals de hypocrieten, met een somber gezicht. Want ze misvormen hun gezichten, zodat ze door de mensen gezien kunnen worden dat ze vasten.
17 Maar jij, wanneer je vast, zalf je hoofd met olie en was je gezicht.
18 Zodat je niet door mensen gezien wordt dat je vast, maar door je Vader, die in het verborgen is. En je Vader, die ziet in het verborgen, zal je belonen in het openbaar.
19 Stapel geen schatten op voor jezelf op aarde, waar mot en roest ze aantast, en waar dieven inbreken en stelen.
20 Maar stapel je schatten op in de hemel, waar noch mot noch roest ze aantast, en waar dieven niet inbreken noch stelen.
21 Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
22 Het licht van het lichaam is het oog. Indien je oog puur is, zal je hele lichaam vervuld zijn met licht.
23 Maar indien je oog onzuiver is, zal je hele lichaam vol met duisternis zijn. Als het licht, dat in jou is, duisternis wordt, hoe groot zou deze duisternis dan zijn!
24 Niemand kan twee meesters dienen. Want hij zal of de ene haten en de andere liefhebben, of hij zal zich aan de ene hechten en aan de andere hekel hebben. Je kan niet God èn hebzucht dienen.
25 Daarom zeg ik tegen jullie, maak je geen zorgen over je leven, over wat je zal eten of wat je zal drinken. Ook niet over je lichaam en over waarmee je je aan zal kleden. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
26 Zie de vogels in de lucht, dat ze niet zaaien, noch oogsten, noch opslaan in de schuren. En toch, voedt je hemelse Vader ze. Ben je niet veel meer waard dan zij?
27 Wie van jullie kan, door zich zorgen te maken, zelfs maar één elleboog aan zijn lengte toevoegen?
28 En waarom maak je je zorgen over kleding? Denk aan de lelies op het veld, hoe ze groeien. Ze verrichten geen werk, en ook spinnen ze niet.
29 En toch, zeg ik je, dat zelfs Salomo in al zijn glorie, was niet gekleed zoals een van hen.
30 Dus als God het gras in het veld heeft aangekleed, het gras dat er vandaag nog is, maar morgen in de oven gegooid wordt, zal Hij je dan niet des te meer aankleden, o jullie van klein geloof?
31 Daarom maak je geen zorgen en zeg niet: "Wat zullen we eten?" of "Wat zullen we drinken?" of "Waarmee zullen we ons aankleden?"
32 Want al deze dingen zoeken mensen zonder geloof. Want je hemelse Vader weet dat je al die dingen nodig hebt.
33 Zoek eerst het koninkrijk van God, en zijn rechtvaardigheid. En al deze dingen zullen je erbij gegeven worden.
34 Maak je daarom geen zorgen over de dag van morgen. Want de dag van morgen zal zelf ervoor zorgen. Je zorgen voor vandaag zijn al genoeg.
woensdag 9 april 2008
Matteus 6
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
0 reacties:
Een reactie posten