1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
1 En toen Jezus zijn opdrachten gegeven had aan zijn discipelen, vertrok Hij om te onderwijzen en te prediken in hun steden.
2 Toen Johannes gehoord heeft in de gevangenis over de werken van Christus, zond hij twee van zijn discipelen.
3 En zei tegen Hem: Bent U degene die zou komen, of wachten we een ander?
4 Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga en vertel Johannes wat je hoort en ziet:
5 Blinden ontvangen hun zicht, verlamden lopen, zieken van lepra worden rein en de doven horen, doden worden opgewekt en de armen ontvangen de goede boodschap.
6 En gezegend is degene die zich niet bedrukt zal voelen in mij.
7 Toen ze vertrokken, Jezus begon te spreken tegen de mensen over Johannes: Om wat te zien, gingen jullie naar de woestijn? De riet, bewogen door de wind?
8 Om wat te zien, gingen jullie? Een mens, gekleed in zachte kleding? Zie, wie zachte kleding dragen, wonen in koninklijke huizen.
9 Om wat te zien, gingen jullie? Een profeet? Ja, en ik zeg tegen jullie, zelfs meer dan een profeet.
10 Want dit is Hij, over wie geschreven is: zie, Ik zend mijn boodschapper recht voor je, die je weg voor je zal bereiden.
11 Ik zeg je, van alle mensen die uit een vrouw geboren zijn, is er niemand die groter is geworden dan Johannes de Doper. En toch, zelfs de kleinste in het koninkrijk van de hemel is groter dan hij.
12 En vanaf de dagen van Johannes de Doper tot nu toe, lijdt het koninkrijk van de hemel door het geweld, en de geweldadigen nemen het af met geweld.
13 Want alle prfeten en de wet hebben geprofeteerd, totdat Johannes kwam.
14 En als je het wil aannemen, het is Elia die zou komen.
15 Wie oren heeft, die mag horen.
16 Maar waarmee zal Ik deze generatie vergelijken? Het is als kinderen die tegen elkaar roepen op de marktplein:
17 We hebben voor jullie op de fluit gespeeld en jullie hebben niet gedanst. We hebben getreurd en jullie hebben niet gehuild.
18 Want Johannes kwam, zonder te eten noch te drinken, en ze zeiden: Hij is door een demon bezeten.
19 De zoon van de mensen kwam, en at en dronk, en zij zeggen: Kijk, wat eet en drinkt die man veel, bevriend met tollenaars en zondaars. Maar de wijsheid wordt gerechtvaardigd door haar vruchten.
20 Toen begon Hij de steden te verwijten, waarin de meeste van zijn werken waren gedaan, omdat ze zich niet bekeerd hadden.
21 O jij, Chorazin! O jij, Betsaïda! Als dezelfde machtige werken die gedaan bij jullie zijn, verricht zouden zijn in Tyre en Sidon, dan zouden ze zich al lang bekeerd hebben, in zak en as.
22 Maar ik zeg tegen jullie, het zal verdraaglijker zijn in Tyre en Sidon, op de dag van het oordeel, dan voor jullie.
23 En jij, Kafarnaüm, die verheven bent tot de hemel, zal je neergehaald worden naar de hel. Want als deze machtige werken, die bij jou gedaan zijn, verricht zouden zijn in Sodom, dan zou het gebleven zijn tot de dag van vandaag.
24 Maar ik zeg tegen je, het zal verdraaglijker zijn voor het land van Sodom op de dag van het oordeel, dan voor jou.
25 In die tijd, antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U dit verborgen heeft voor de wijzen en de verstandigen, en het onthuld heeft voor de eenvoudigen.
26 Ja, Vader, want zo was het goed in Uw ogen.
27 Alles is Mij gegeven door mijn Vader. En niemand kent de Zoon, behalve de Vader. Noch kent iemand de Vader, behalve de Zoon, en degene aan wie de Zoon Hem zal openbaren.
28 Kom tot Mij, jullie allen, die hard werken en zwaar beladen zijn, en Ik zal je rust geven.
29 Neem mijn opdracht aan en leer van Mij. Want Ik ben vreedzaam en mijn hart is open. En jij zult rust vinden voor je ziel.
30 Want mijn opdracht is eenvoudig, en mijn taak is licht.
dinsdag 3 juni 2008
Matteus 11
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
0 reacties:
Een reactie posten