maandag 10 november 2008

Matteus 15: 31-39

31 Zodat de mensen zich verwonderden, toen ze zagen de doofstommen spreken, de verlamden genezen, de kreupelen lopen en de blinden zien. En ze verheerlijkten de God van Israël.

32 Toen riep Jezus zijn discipelen bij zich en zei: Ik leef mee met het volk, omdat ze al drie dagen bij Me zijn, en ze hebben niets gegeten. En Ik zal ze niet weg sturen zonder dat ze hebben gegeten, zodat ze niet bezwijken onderweg.

33 En zijn discipelen zeiden tegen Hem: Van waar krijgen we zo veel brood in de woesternij, om zo veel mensen te voeden?

34 En Jezus zei tegen hen: Hoe veel broden hebben jullie? En ze zeiden: Zeven, en een paar kleine vissen.

35 En Hij liet de mensen op de grond zitten.

36 En Hij nam de zeven broden en de vissen, en bedankte, en brak ze, en gaf ze aan zijn discipelen, en de discipelen gaven ze aan de mensen.

37 En ze hebben allemaal gegeten, en werden verzadigd, en van de overgebleven voedsel vulden ze zeven manden vol.

38 En die gegeten hebben, waren vierduizen mensen, naast vrouwen en kinderen.

39 En Hij stuurde de mensen weg, en ging in het schip, en kwam in het gebied van Magdala.

0 reacties: