1 In die tijd hoorde Herodes, de heerser van een van de vier provincies, over roem van Jezus,
2 en zei tegen zijn dienaren: Dit is Johannes de Doper. Hij is opgewekt van de dood, en daarom openbaren zich in hem machtige werken.
3 Want Herodes had Johannes gepakt, en hem gebonden, en in de gevangenis gezet, vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus.
4 Want Johannes had tegen hem gezegd: Het is niet wettelijk voor jou om haar te hebben.
5 Als hij hem zou doden, was hij bang voor de mensen, omdat ze hem als een profeet zagen.
6 Maar toen de verjaardag van Herodes werd gevierd, danste de dochter van Herodias voor hem, en dat vond hij fijn.
7 Waarna hij haar onder ede beloofde om haar te geven wat ze ook zou vragen.
8 En zij, geinstrueerd vantevoren door haar moeder, zei: geef me hier het hoofd van Johannes de Doper, in een schaal.
9 En de koning had spijt, maar vanwege de eden, en diegenen die met hem aan tafel zaten, beval hij om het haar gegeven te worden.
10 En hij zond er heen en onthoofde Johannes in de gevangenis.
11 En zijn hoofd werd gebracht in een schaal, en gegeven aan het meisje, en zij bracht het naar haar moeder.
12 En de discipelen kwamen en namen het lichaam, en begroeven het, en gingen, en ze vertelden het aan Jezus.
13 Toen Jezus dit hoorde, vertrok Hij van daar per schip naar een verlaten plaats alleen. En toen de mensen dat hoorden, volgden ze Hem lopend vanuit de steden.
14 En Jezus ging naar voren, en zag veel mensen, en Hij was ontroerd door medeleven met hen, en Hij genas de zieken onder hen.
zondag 7 september 2008
Matteus 14: 1-14
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
0 reacties:
Een reactie posten